Gemeente wilde €500 bijstand terug na een lening van een vriend, maar de Centrale Raad van Beroep zegt nee
In dit artikel:
De Centrale Raad van Beroep oordeelde op 25 augustus dat een eenmalige lening van €500 niet automatisch als inkomen op een bijstandsuitkering mag worden ingehouden. De zaak draaide om een vrouw die het bedrag op 31 maart 2022 van een vriend leende voor een medische aankoop en haar autoverzekering. Ze betaalde de lening op 27 april terug met een ontvangen energietoeslag van €800.
De gemeente ontdekte de storting tijdens een onderzoek en verlaagde haar bijstand over maart 2022. Ook vorderde de gemeente €500 terug, omdat de vrouw de lening niet had gemeld. Zowel de rechtbank als de hoogste rechter voor uitkeringszaken stelde haar in het gelijk. Volgens de Raad was sprake van een duidelijke, kortlopende lening die daadwerkelijk binnen een maand was terugbetaald. Zo’n bedrag komt niet uit een voortdurende bron van inkomsten voor levensonderhoud en geldt daarom niet als inkomen.
De gemeente moet bovendien €1.868 aan proceskosten en €548 aan griffierecht vergoeden. De vrouw had de lening wel moeten melden, omdat bijstandsgerechtigden wijzigingen die mogelijk van invloed zijn op hun uitkering moeten doorgeven. Het niet melden had hier geen financiële gevolgen, maar kan in andere situaties wel leiden tot terugbetaling of een boete.
De uitspraak geldt niet automatisch voor iedere lening. Als een bedrag nooit wordt terugbetaald, kan de gemeente het alsnog als inkomen of gift aanmerken. Een gift verschilt van een lening omdat die niet hoeft te worden terugbetaald. Sinds 1 januari 2026 gelden daarnaast ruimere regels voor giften: jaarlijks mag tot €1.200 worden ontvangen zonder melding, waarna de gemeente bij hogere bedragen beoordeelt wat er met de uitkering gebeurt.
Vandaag Inside: Raymond Mens: 'Ik denk dat wij nu veel meer met Donald Trump te maken krijgen'