Hypotheekrenteaftrek blijkt voor één miljoen leningen complex probleem; kabinet staat voor uitdaging

woensdag, 13 mei 2026 (17:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Sinds de fiscale hervorming van 2001 geldt in Nederland dat hypotheekrenteaftrek maximaal dertig jaar kan worden geclaimd. Omdat de eerste huiseigenaren die vanaf toen aftrek ontvingen in 2031 aan die termijn komen, ontstaat een handhavingsprobleem: veel belastingplichtigen en de Belastingdienst zelf kunnen niet meer betrouwbaar vaststellen hoe lang iemand daadwerkelijk aftrek heeft gehad. Dertig jaar oude administratie is zeldzaam, bankdossiers helpen meestal niet en gebeurtenissen als verhuizing, verbouwing of echtscheiding — die tot nieuwe hypotheken kunnen leiden — maken het spoor verder ondoorzichtig.

Het ministerie van Financiën waarschuwt dat dit kan leiden tot onjuiste aangiften na 2031. Wettelijk ligt de bewijslast bij de belastingbetaler: wie aftrek opgeeft, moet kunnen aantonen dat hij er recht op heeft. In de praktijk betekent dat inkomen misgelopen belastingopbrengsten (ambtelijk geschat meer dan 100 miljoen euro per jaar indien veel mensen ten onrechte aftrek blijven vragen) en in individuele gevallen mogelijk boetes bij opzet, al wordt het inzetten van sancties als onwaarschijnlijk gezien.

Een belangrijke kanttekening: sinds 2013 geldt de zogenoemde fiscale aflossingseis. Hypotheken komen alleen in aanmerking voor renteaftrek als ze in dertig jaar annuïtair of lineair worden afgelost. Daardoor zijn vooral aflossingsvrije hypotheken uit de periode vóór 2013 het probleem.

Het ministerie schetst beleidsopties. Twee uitersten zijn: per 2031 alle hypotheken van vóór 2013 onmiddellijk het aftrekrecht laten verliezen (besparing circa 1,4 miljard euro per jaar in de periode 2031–2042, maar nadelig voor huishoudens die op langer recht rekenden), of juist alle vóór-2013-hypotheken tot 2043 aftrek toestaan (gelijke nettojaarlijkse kosten van ~1,4 miljard). Tussenliggende varianten worden ook onderzocht. Volledige afschaffing van de hypotheekrenteaftrek lost het termijnprobleem op maar behoort niet tot de beschreven opties; ook de optie niets doen is mogelijk, maar ambtenaren vinden dat onhaalbaar voor burgers.

Politiek ligt de verantwoordelijkheid bij staatssecretaris Eerenberg (Financiën), die nog deze regeerperiode een keuze wil laten nemen. Binnen het kabinet lopen de meningen uiteen: D66 en CDA staan positief tegenover versobering of afschaffing, de VVD pleit voor het handhaven van de regeling en heeft eerder aangedrongen op vertrouwen in correcte naleving door burgers. De uiteindelijke beslissing moet een afweging zijn tussen rechtszekerheid voor huishoudens en de budgettaire gevolgen voor de staat.