Nederlanders sparen 'voor de zekerheid' als nooit tevoren: vertrouwen consument maakt duikvlucht door Iran-oorlog
In dit artikel:
Nederlanders hadden eind vorig jaar samen ruim 540 miljard euro op spaarrekeningen staan, een stijging van 8,1% ten opzichte van eind 2024 — de sterkste groei in meer dan twintig jaar (alleen 2003 was hoger). Ondanks dat het reëel beschikbare inkomen van huishoudens vorig jaar met ongeveer 2,7% toenam, werd een groot deel van die extra middelen opzijgezet uit voorzorg. CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen zegt dat consumentenvertrouwen laag blijft: "We blijven heel voorzichtig."
De inkomensstijging betrof vrijwel alle groepen: werknemers profiteerden van gemiddelde cao-loonafspraken van circa 5%, uitkeringen stegen doordat ze aan het minimumloon zijn gekoppeld (dat met 5,6% omhoog ging), en het aantal werkenden en gepensioneerden nam toe. Tegelijk namen Nederlandse huishoudens hun hypotheekschuld verder op: eind vorig jaar bedroeg de totale hypotheekstand bijna 936 miljard euro, een toename van 48,1 miljard, vooral door hogere huizenprijzen en meer woningtransacties.
De hoge spaarbuffers spelen ook een rol in het debat over accijnsverlagingen of benzinecompensatie. Sommige economen vinden dat veel huishoudens de hogere brandstofprijzen kunnen dragen en niet iedereen gecompenseerd hoeft te worden. Van Mulligen wijst er echter op dat de laagste inkomens vaak geen auto hebben en vooral last hebben van hogere gasprijzen; de grootste pijn van duurdere brandstof valt bij (ongeveer) 200.000 middeninkomens die met de auto naar hun werk moeten. Kortom: meer middelen, maar veel Nederlanders sparen vanwege onzekerheid en stijgende kosten.