„Voor het korten van pensioenen is geen enkele reden"
In dit artikel:
De overstap naar het nieuwe pensioenstelsel had deelnemers dit jaar eerst gunstig getroffen: uitkeringen stegen en de individuele ‘potjes’ van actieve deelnemers en slapers namen toe bij fondsen als PFZW, PMT en bpfBOUW. De eerste kwartaalcijfers brachten echter een tegenvaller: de oorlog in het Midden-Oosten en een dalende rente drukten in maart de aandelenkoersen — vooral van energie-intensieve sectoren — zodat het beleggingsrendement terugliep. In totaal lopen zo’n vijf miljoen deelnemers daardoor pensioenopbouwschade op.
De fondsen geven aan dat gepensioneerden waarschijnlijk niet gekort hoeven te worden in 2027; de definitieve beslissing hangt af van de financiële stand op 30 september dit jaar. Wel zijn de resultaten aanleiding om de persoonlijke potjes van actieve deelnemers en slapers te verlagen. Actuaris Marc Heemskerk benadrukt vertrouwen in het systeem en wijst op buffers en solidariteitsreserves die bij de transitie zijn gevormd. “We kunnen niet op één kwartaal afgaan”, zei hij, en hij voegde daaraan toe dat april al verbetering liet zien door stijgende rente en sterkere aandelenkoersen.
Heemskerk waarschuwt ook dat de wettelijke eisen voor kwartaalrapportages communicatieproblemen veroorzaken: rapporten over lange-termijnprognoses kunnen deelnemers, vooral jongeren, onnodig verontrusten. Fondsen die nog moeten ‘invaren’ — zoals het grote ABP en PME — zagen hun dekkingsgraden in het eerste kwartaal ook dalen (respectievelijk naar circa 119% en 121%), maar zitten nog ruim boven de ondergrenzen die zij voor invaren hanteren. Ter toelichting: de dekkingsgraad geeft aan hoeveel geld er tegenover de toekomstige verplichtingen staat; invaren is de overzetting naar het nieuwe stelsel.
Kort samengevat: marktturbulentie heeft de korte-termijnopbouw aangetast, vooral voor actieve deelnemers, maar op dit moment zijn er geen aanwijzingen voor directe kortingen op lopende pensioenen.